Jita Kyoei

Jita Kyoei

Budo principes en gedachten

Vele Japanse krijgskunsten zijn veel meer dan alleen maar het aanleren van technieken om jezelf te verdedigen of om aan te vallen bij dreigend gevaar.

Achter het Budo, de verzamelnaam voor Japanse krijgskunsten, zit vaak een algemeen gedachtegoed of nog dieper, een filosofie. Het judo, een budo vorm afkomstig vanuit het eeuwenoude jiujitsu, ontstaan in de samurai tijd, is gebouwd op twee filosofieën. Het Jita Kyoei, wat vrij vertaald zoveel betekend als zorg voor het algemeen welzijn, of zorg goed voor jezelf zodat je ook voor anderen kunt zorgen. Het 2e principe is het Seiryoku Zenyo, wat zoveel betekend als zorg dat je met zo min mogelijk inspanning een zo groot mogelijk resultaat bereikt..Deze beide principes probeer ik ook toe te passen in het dagelijks leven. Over deze judo principes en de toepassing daarvan in allerlei dagelijkse situaties of gedachten, gaat dit Blog.

Ere wie Ere toekomt

AlgemeenPosted by Michel van Loo Wed, September 12, 2018 12:07:13

Ere wie Ere toekomt.

Een ieder krijgt wat ze verdienen is een veel gehoord gezegde, maar is dat ook werkelijk zo?
In mijn beleving is dat zeer zeker niet altijd waarheid. Hoe dit komt, komt vooral voort uit het gegeven dat de waarde van wat iemand doet niet voor iedereen gelijk is. Waarde is een begrip wat kan variëren per persoon en is zelfs afhankelijk van het moment. De waarde van humor in het leven is groot wanneer alles op rolletjes loopt, zit je echter in een moeilijke periode kan humor een hele andere betekenis krijgen. Vijfhonderd euro heeft voor velen een enorme waarde omdat ze daarmee hun levensonderhoud kunnen bekostigen, voor diegene die miljoenen op de bank heeft staan is vijfhonderd euro slechts een klein bedrag en daarmee dus van minder waarde! Ere naar ere is dus lastig omdat de waarde waarop iemand geëerd wordt niet altijd voor iedereen gelijk is, zo ook in het judo en jiujitsu.

In het judo en jiujitsu is het behalen van een volgende dan-graad als het ware een ere naar kennis en kunde. Je zou kunnen stellen dat de ere dan helder is, immers er zijn voorschriften waaraan je moet voldoen om je volgende dan-graad te mogen dragen. Toch durf ik te stellen dat ook in het judo en jiujitsu niet iedereen de juiste ere ontvangt in de vorm van ‘Dan’ graduaties. Sommigen worden geëerd op feiten die niet te meten zijn of feiten waarvoor ze al eerder geëerd zijn en anderen worden niet ‘gezien’ waardoor de ere ook niet toegepast wordt.

We kennen in het judo en jiujitsu drie processen om tot een volgende\hogere dan-graad bevorderd te worden, drie manieren om geëerd te worden naar kennis en kunde dus.

Als eerste zijn daar de examens. Bij het afleggen van een examen is de beoordeling gestoeld op vooraf bepaalde standaarden. Als je laat zien dat je voldoet aan deze standaard, slaag je voor een volgende dan-graad. De eerste indruk zegt dat dit de meest eerlijke wijze is om tot een hogere dan-graad te komen, toch? Dat zou je zeggen, maar is dat ook daadwerkelijk altijd waar? Bij de beoordeling staan weliswaar de normen vast, maar de beoordeling is en blijft gebaseerd op wat de mens achter de beoordelaar ziet of wil zien. Het feit is er dat niet altijd beoordeeld wordt volgens dezelfde standaarden! Ik heb examens gezien waarbij de kandidaat letterlijk struikelt over zijn eigen onkunde maar toch een volgende dan-graad behaalt. Ik heb ook examens gezien waarbij judoka ’s met enorme kennis stellen dat het onmogelijk is dat de kandidaat niet slaagt, maar uiteindelijk gebeurt dat dan toch! Hoe kan dat dan? Het antwoord is even simpel als dat het ook ingewikkeld is. De examinatoren zien niet altijd hetzelfde en de standaarden die vastgesteld zijn, zijn niet altijd even helder (wat ze wel zouden moeten zijn). Door per examen drie examinatoren te laten beoordelen voorkom je dat een dwaling van een van de examinatoren zal leiden tot het ‘niet slagen’ van een kandidaat. Probleem opgelost, of toch niet? Helaas, ook dit is geen garantie dat iedereen op gelijke wijze beoordeeld wordt. Het is en blijft een vorm van jurering, ondanks dat de meetlat waarlangs de resultaten gelegd moeten worden voor iedereen hetzelfde is. Gelukkig worden de beoordelingen doorgaans op een professionele wijze genomen en zal zeker 99,9% van de kandidaten die aan de norm voldoen ook daadwerkelijk voor hun examen slagen. Het is natuurlijk meer dan jammer wanneer je net bij die 0,1% hoort, het zal je maar overkomen.

De tweede manier om tot een hogere dan-graad te komen is het behalen van bepaalde wedstrijdprestaties. Er zijn binnen de Judo Bond Nederland wedstrijdresultaten benoemd die kunnen leiden tot het verkrijgen van een volgende dan-graad. Deze prestaties zijn in ieder geval gemakkelijk af te meten. Je behaalt ze of je behaalt ze niet! Iedereen wordt dus op die wijze gelijk beoordeeld.
Toch stel ik vast dat ook dit systeem van bevorderen niet altijd even eerlijk is. Er zijn judoka ’s die met het beheren van een of twee technieken een of meerdere keren Nederlands Kampioen zijn geworden. Deze prestatie brengt hun tot een 2e of zelfs 3e Dan graad. Is dat dan helemaal eerlijk tegenover de judoka die veel meer technieken beheerst en veel meer technische bagage heeft maar de pech heeft dat in zijn of haar gewichtsklasse net één judoka is die net ietsje beter is. Je zult maar in de tijd van bijvoorbeeld Mark Huizinga, Wim Ruska of Anton Geesink hebben gejudood binnen dezelfde gewichtsklasse.

De derde wijze van bevorderen is de meest moeilijke, namelijk de vorm van een erepromotie.
Bij bewezen diensten kan een judoka of jiujitsuka een promotie ontvangen zonder dat hij hiervoor een examen heeft moeten afleggen of een of meerdere vastgestelde wedstrijdprestaties heeft behaald. Hoewel ook bij deze vorm van promotie richtlijnen zijn opgesteld, blijft deze vorm van ere de meest moeilijkste! De moeilijkheid ligt vooral in wat ‘gezien’ wordt door de beoordelaren. Sommigen zijn altijd en overal prominent aanwezig terwijl anderen weer met minstens even veel waarde de stille kracht vormen. Diegene die gezien wordt valt op en zal dus ook daardoor vaak ‘anders’ worden beoordeeld, of zelfs eerder worden beoordeeld. De stille kracht daarentegen valt vaak niet op, terwijl de prestaties die ook door zijn of haar toedoen worden bereikt wel degelijk opvallen. De richtlijnen voor het verkrijgen van een erepromotie zijn ook heel statisch opgemaakt.
De waarde van de richtlijnen zijn in mijn optiek daarom ook vaak discutabel. Een leraar wordt bijvoorbeeld beoordeeld op het aantal promoties van zijn leerlingen.
De vraag is nu, welke rol de leraar daadwerkelijk heeft gehad bij de opleiding van een leerling en hoe dit dan vertaald moet worden naar zijn of haar eigen waarde. Vaak zal de leraar wel degelijk een belangrijke rol hebben gehad in de opleiding van zijn leerlingen, maar soms wordt deze rol ook overdreven. In de praktijk worden soms leerlingen opgeleid door andere (mede)judoka ’s of jiujitsuka ’s die formeel hiertoe niet bevoegd zijn omdat ze geen erkende leraren diploma hebben. Hun bijdrage wordt dus niet beloond terwijl ze wel degelijk hun eigen kennis hebben ingezet ten dienste van de ander (Jita-Kyoei). Organisaties van internationale evenementen worden ‘beter’ beloond dan bijvoorbeeld de inzetbaarheid om de jeugd op de tatami te krijgen. Zo zijn er nog een aantal in mijn ogen discutabele waarden of normen waaraan voldaan moet zijn, wachttijden is daar een van. Tussen twee dan-graden zit een vastgestelde wachttijd die met de toename van de hoogte van de graad wordt opgehoogd. Het doel hiervan is dat ontwikkeling niet alleen op de tatami plaatsvindt, maar ook daarbuiten als mens en als budoka. Helaas is de constatering dat omwille van bijvoorbeeld commercie deze ‘regel’ niet altijd wordt gehanteerd. De vraag waarmee ik zelf enorm worstel is of een erepromotie überhaupt gestaafd moet zijn aan vooraf vastgestelde waarden of normen! De mens zelf moet centraal staan bij een promotie en niet de ‘regel’ om ergens wel of niet aan te voldoen.

Mijn conclusie is dat ere naar ere binnen het judo en het jiujitsu niet altijd voor iedereen gelijk is. Het is voor diegene die de ere verdient veel belangrijker dat zijn naasten zijn werk en inzet waarderen dan dat ze afhankelijk zijn van bepaalde waarden die anderen hebben opgesteld. Toch ga ik er nog steeds vanuit dat de intenties van eenieder om tot ere van een ander over te gaan oprecht zijn.
Zeker zijn ook mijn waarden niet ‘de enige en juiste waarden’. Ook ik kijk nu eenmaal met persoonlijk gevoel naar de mensen om mij heen en ben daardoor al vaak partijdig in mijn oordeel. Ik zie zeker niet van iedereen hun waarde omdat ik deze niet kan zien of gewoonweg niet begrijp! Vanuit een positieve insteek heb ik vaak het proces om tot een erepromotie te komen op gang gebracht. Mijn drijfveer was (en is altijd) de inzet van de budoka te belonen. De beloning zou afhankelijk moeten zijn aan de waarde welke de inzet van de voorgedragen budoka heeft opgeleverd voor de mede-budoka ’s en de sport als geheel. Ook nu is mijn drijfveer zeker geen garantie dat door mij iedereen op gelijke wijze wordt ‘gezien’, ik kan immers niet om een hoek kijken en sommige beelden vind ik nou eenmaal interessanter om na te kijken.

Tot slot; een promotie tot een volgende dan-graad is een vorm van erkenning, maar wanneer de promotie er niet komt wil dit niet zeggen dat de budoka niet ‘(h)erkend’ wordt! Er zijn nog vele andere manieren om erkend of geëerd te worden, zo ook voor budoka ‘s.



  • Comments(0)//www.judotwins.nl/#post3